Staatssteunregels

Het is voor u van belang te beoordelen of er sprake is van staatssteun.

In beginsel is binnen Europa overheidssteun aan een onderneming of kennisinstelling verboden omdat die de tussenstaatse handel beïnvloedt. Echter, in specifieke gevallen weegt het belang van de subsidiemaatregel zwaarder dan de bescherming van de vrije markt en kan er toch steun verleend worden. Deze gevallen staan beschreven in diverse verordeningen. Het is voor u van belang te beoordelen of er sprake is van staatssteun en of u gebruik kunt maken van de mogelijkheden die beschreven staan in de verordeningen.

Criteria

Om te beoordelen of er sprake is van staatssteun, worden de volgende criteria gehanteerd (art. 107 lid 1 VWEU):

  • Er is sprake van staatsmiddelen die worden verleend;
  • Deze staatsmiddelen worden verstrekt aan een onderneming, waarbij een onderneming elke eenheid is die een goed of en dienst aanbiedt op een markt (een overheidsinstantie kan voor bepaalde activiteiten in deze zin ook aangemerkt worden als een onderneming);
  • Deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit);
  • De maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector/regio;
  • De maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU.

Deze criteria zijn cumulatief. Er moet dus aan alle punten worden voldaan, anders is er geen sprake van staatssteun. Indien sprake is van staatssteun dient u te beoordelen of voor uw project gebruik gemaakt kan worden van de vrijstellingsmogelijkheden. Hieronder worden de belangrijkste verordeningen beschreven.

De-minimis

In de-minimisverordening (PDF, 795 kB) is opgenomen dat ondernemingen tot € 200.000 aan overheidssteun kunnen ontvangen zonder dat er sprake is van staatssteun. Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Hierbij wordt opgemerkt dat bij het verlenen van steun aan een onderneming op basis van de-minimis ook gekeken dient te worden naar steun die aan moederondernemingen of zusterondernemingen is verstrekt en dat bepaalde handelsovereenkomsten waarbij de-minimis een rol speelt ook invloed kunnen hebben op ruimte die er nog is om steun te verstrekken op grond van de-minimis.

Algemene Groepsvrijstellingsverordening

In de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV, 651/2014) (PDF, 709 kB) zijn categorieën steun opgenomen die met de interne markt verenigbaar zijn verklaard. Indien steun voldoet aan de voorwaarden opgenomen in die verordening is een kennisgeving aan de Europese Commissie dat de betreffende steun wordt verstrekt is op basis van die verordening voldoende.

In de AGVV is ook opgenomen dat steun tot een bepaald percentage mag worden verleend aan kosten voor personeel en apparatuur voor zover die gebruikt wordt voor een onderzoek, indien er sprake is van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek dan wel experimentele ontwikkeling. Verder zijn nog regels opgenomen ten behoeve van  steun voor innovatieadviesdiensten voor MKB’ers, innovatieclusters, innovatie-ondersteuningsdiensten en procesinnovatie en de voorwaarden waaronder er sprake is van vrijgestelde steun.